Zoals bekend werd half december de motie van Jan Vos (PvdA) en Liesbeth Van Tongeren (GroenLinks) aangenomen om de salderingsregeling te continueren of te verbeteren tot en met het jaar 2023. Minister Kamp stuurde in navolging hiervan de Tweede Kamer afgelopen januari het evaluatierapport ‘De historische impact van salderen’ toe. Naar aanleiding van het door PwC gemaakte rapport meldde de minister in het voorjaar het kabinetsbesluit over de toekomst van salderen te willen nemen. ECN startte als onderdeel hiervan afgelopen maart in opdracht van Kamp een onderzoek naar wat mensen momenteel motiveert of hindert bij het aanschaffen van zonnepanelen. De resultaten heeft Kamp nu naar de Tweede Kamer gestuurd; begeleid met zijn advies aangaande de salderingsregeling.

In de brief pleit minister Kamp ervoor om zo snel mogelijk duidelijkheid te geven over de manier waarop bij particulieren de aanleg van zonnepanelen ook in de toekomst kan worden gestimuleerd. Kamp geeft daarbij een voorzet voor 2 varianten: een subsidie op de teruglevering van zonnestroom en een investeringssubsidie. Bij de terugleversubsidie zou de salderingsregeling geheel afgeschaft en vervangen worden door een subsidie per opgewekte kilowattuur zonnestroom. Over de elektriciteit die wordt teruggeleverd aan het elektriciteitsnet ontvangt de zonnepaneleneigenaar een subsidie van de overheid bovenop de vergoeding die de zonnepaneleneigenaar van zijn leverancier ontvangt. Bij de investeringssubsidie zou de salderingsregeling geheel afgeschaft en vervangen worden door een eenmalige subsidie op het moment van de aanschaf van zonnepanelen. Kamp benadrukt in zijn brief dat de terugleversubsidie kan rekenen op de steun van verschillende marktpartijen terwijl investeringssubsidie met name kan rekenen op steun vanuit de bedrijven die energieopslagsystemen aanbieden.

Hoe dan ook is de uitrol van de slimme meter volgens Kamp noodzaak. Hij schrijft: ‘Voor de uitvoerbaarheid van alle onderzochte hervormingsvarianten is het noodzakelijk dat de kleinverbruiker over een meter beschikt die aan het net teruggeleverde en van het net afgenomen elektriciteit afzonderlijk kan meten. Daarom ligt een overgang naar een hervormingsvariant pas voor de hand op het moment dat een digitale meter grootschalig aanwezig is. Naar verwachting beschikt op 1 januari 2020 minimaal 80 procent van de huishoudens over een slimme meter.’

De keuze welke van de 2 voorkeursvarianten het wordt, wil de minister aan het nieuwe kabinet overlaten. Hij schrijft ten slotte: ‘De komende tijd werk ik de opties voor een nieuwe regeling en de daarbij horende overgangsregeling verder uit. Parallel daaraan zal ik inzetten op verdere aanbieding van slimme meters in de periode tot 2023. Het tijdelijk voortzetten van de salderingsregeling in afwachting van de verdere uitrol van de slimme meter zou gedurende de periode van het Energieakkoord investeringszekerheid bieden, in lijn met de motie Jan Vos en Van Tongeren. Ook leidt deze tijdelijke verlenging niet tot congestieproblemen in het elektriciteitsnet.’